Historie van de Nederlandse kentekenplaat
1898 tot 2010 van nummer-bord tot gecontroleerde kentekenplaat
Ze maken zo'n vertrouwd beeld uit van het leven van alledag, dat niemand ze een tweede blik waardig gunt. Totdat de letter of cijfercombinaties van plaats wisselen. Dan wordt er weer reikhalzend naar uitgekeken. Ook al omdat kenners daarmee feilloos het bouwjaar kunnen bepalen. En zo is al honderd jaar lang de kentekenplaat, want daar hebben we het over, een dankbaar onderwerp van gesprek.
1898 - 1906 Eerste nummerbord
De allereerste auto's aan het einde van de negentiende eeuw, werden helemaal niet geregistreerd. Even later werden ze simpelweg genummerd en Nederland was het eerste land ter wereld dat al in 1898 een nummerbord introduceerde en al op 8 augustus 1899 waren er maar liefst 168 nummerplaten afgeven. Deze eerste reeks nummerborden was eigenlijk een rijvergunning en liep van 1 tot en met 14, waarbij men het gekkengetal 11 oversloeg.
Volgens de verhalen werden de voertuigen genummerd, omdat ze zo hard konden rijden dat agenten de snelheidsduivels niet meer op de fiets konden achtervolgen en dus de een of ander vorm van voertuigidentificatie nodig hadden! Die eerste motorvoertuigen kregen dan ook echte nummerplaat, waar alleen cijfers op voorkwamen. De laatste nummerplaat, nummer 2065, werd op 15 januari 1906 uitgereikt.
1906 - 1951 Provincie kenteken

Foto: Ford Crestline met een van de laatste kentekens uit deze serie. (H = Zuid-Holland)
De registratie van motorvoertuigen werd daarna een zaak voor de provincies. Iedere provincie had een eigen letter, gevolgd door maximaal vijf cijfers op blauwe kentekenplaten met witte letters. Deze eerste kentekenplaten waren persoonsgebonden. Dat hield in dat de bestaande plaat gewoon op het nieuwe voertuig werd geschroefd. Na de Tweede Wereldoorlog verschenen er echter zo veel nieuwe auto's, vrachtwagens en motoren op de weg, dat een landelijke registratie nodig werd.
Die zou dan ook de verkeersveiligheid en de diefstal gevoeligheid ten goede komen. Ook de inning van de motor- rijtuigenbelasting werd er stukken eenvoudiger door. Deze landelijke regeling werd op 1 januari 1951 ingevoerd. Nieuw was ook dat de kentekenplaten van een rijkskeurmerk voorzien moesten zijn en bij voorkeur van aluminium gemaakt moesten zijn. Maar juist dat metaal was schaars zo kort na de oorlog, vandaar dat ook solide plaatstaal goedgekeurd werd voor de donkerblauw met witte letters gekleurde platen.
1951 - 1965 Makkelijk te onthouden
Het eerste kentekennummer voor een personenwagen, ND-00-01 werd uitgereikt aan de Ford Taunus 10M bouwjaar 1950 van dhr. J.K. Leyen, directeur van het Verbond van Verenigingen van Veilig Verkeer.

Het persoonsgebonden eendelige kentekenbewijs was in degelijk linnen uitgevoerd en kon tot vier maal toe overgeschreven worden naar een nieuwe eigenaar. Op 1 februari 1957 werd overigens een nieuw, tweedelig kentekenbewijs ingevoerd om de ernstige administratieve vervuiling van het kentekenregister tegen te gaan.

Het kenteken bestond uit twee letters, gevolgd door twee groepen van twee cijfers, want onderzoek had uitgewezen dat deze combinatie goed te onthouden was. Vanaf het eerste begin waren er speciale lettercombinaties gereserveerd, zoals het beroemde ''AA'' voor het koninklijke staldepartement of ''CD'' voor het Corps Diplomatique. De combinaties SS en SA worden niet gebruikt, omdat dit teveel aan de oorlog herinneren.
1965 - 1978 Nieuwe kentekenplaten
De komst van een nieuwe cijfer en lettercombinatie betekent altijd groot nieuws. In oktober 1965 was het dan zover. Er kwam een nieuwe combinatie van twee cijfers, twee cijfers, twee letters met als eerste kentekenplaat het nummer 00-01-AD. In 1974 kwam het roemruchte deel III, dat achter de voorruit geplakt moest worden.



Door de razendsnelle groei van het wagenpark waren de nieuwe combinatie van 1965 al in 1973 uitgeput en dus moest er weer een nieuwe combinatie komen. Dit keer werd dat twee cijfers, twee letters en twee cijfers.
Op 3 september van dat jaar werd de eerste nieuwe kentekenplaat geslagen met het nummer 00-AD-01. Dit gaf even lucht, maar vijf jaar en drie miljoen kentekens later was ook deze combinatie volledig opgebruikt. In 1978 werd gedacht aan een nieuwe combinatie van een cijfer, twee letters en drie cijfers, bijvoorbeeld 5-AD-101, maar dat voorstel zou het niet redden.
1978 - 1999 Gele, groene en blauwe platen
Steeds sneller raakten de beschikbare kentekennummers op en in 1978 moest er al weer een nieuwe serie komen met twee letters, twee cijfers en twee letters. Op 1 oktober reed DB-01-BB op de Nederlandse weg rond. Deze combinatie moest goed zijn voor zeven miljoen nieuwe kentekens. In die zelfde jaren werden ook de gele, retroflecterende kentekenplaten verplicht. Tot die tijd konden ze ook al op vrijwillige basis aangeschaft worden.

Op 23 september 1991 was het de toenmalige minister May-Weggen die de nieuwe serie kentekens onthulde. Het nummer DB-BB-01 werd onder enorme belangstelling aan burgemeester Apotheker van Veendam overhandigd. Acht jaar later kwamen de cijfers voor de letters, dus 01-DB-BB. Om fraude tegen te gaan werd 1 februari 2000 de nieuwe GAIK (Gecontroleerde Afgifte en Inname van Kentekenplaten) plaat geïntroduceerd, waarbij alle platen die vanaf 1978 waren uitgegeven vervangen moesten worden.
Deze nieuwe kentekenplaten waren direct herkenbaar aan het blauwe gedeelte links met het EU symbool en de letters NL in wit. Overigens kregen taxi's de toen opzienbarende blauwe kentekenplaten, terwijl garages als vanouds over een groene ''handelaarsplaat'' kunnen beschikken.
1999 - 2008 Nieuwe cijfer-letter combinatie

Het was onvermijdelijk: de bestaande letter en cijfercombinaties raken weer uitgeput. Vandaar dat er weer een nieuwe reeks gaat komen, die zal bestaan uit twee cijfers, drie letters en een cijfer.
2008 - 2011 Opnieuw een nieuwe combinatie


In mei 2008 werd het eerste nieuwe personenautokenteken 01-GBB-1 uitgereikt door verkeersminister Eurlings. Ook in deze laatste serie staan geen ongewenste lettercombinaties, zoals SS en SA en staan er ook geen klinkers. Dit is gedaan om ongewenste woordvorming te voorkomen.

De toekomst
Wat er overigens ook in de nabije toekomst niet zal komen, is een model kentekenplaat voor de hele Europese Unie. Iedere lidstaat mag namelijk een eigen kentekenregistratie voeren. Ook bestaat er geen standaard Europees formaat voor kentekenplaten. Blijft tenslotte de eeuwige vraag of er de mogelijk bestaat, zoals dat in sommige landen het geval is, om een persoonlijk nummer of combinatie te bemachtigen.
Het antwoord daarop is, zoals het altijd al geweest is, ontkennend. Alleen met een goede timing bij de aankoop van het voertuig en een flinke dosis geluk kan een fel begeerde combinatie verkregen worden!
Registratie Ford Mustang met een orgineel Nederlands kenteken
1964 - 1988

Meer informatie en link naar webpagina, zo spoedig mogelijk!



The Side Code's
De side code is de officiele naam voor de kentekencombinatie zoals we die kennen. Dus de volgorde van letters en cijfers op de kentekenplaat. Bij de nieuwe series werd begonnen met de twee letters voor de vier cijfers te plaatsen. Op 3 januari 1951 werd het eerste kenteken afgegeven ND-00-01.

Overzicht van side codes met bijbehorende data van uitgave.
Code |
Combinatie |
Periode
|
Eerste
combinatie |
Side code 1 |
XX-99-99 |
3 jan 1951 - 4 okt 1965 |
ND-00-01 |
| Side code 2 |
99-99-XX |
4 okt 1965 - 3 sept 1973 |
00-01-AD |
| Side code 3 |
99-XX-99 |
3 sept 1973 - 25 sept 1978 |
00-AD-01 |
Side code 4 |
XX-99-XX |
25 sept 1978 - 2 sept 1991 |
DB-01-BB |


Maar er is meer informatie, zoals Oldtimers en blauwe kentekenplaten.
Wat is een Oldtimer?
Een oldtimer is een klassiek voertuig waarvan het model al lange tijd niet meer gefabriceerd wordt. Bij een auto spreekt men doorgaans van oldtimer als deze periode meer dan 25 jaar is. Voor andere voertuigen, zoals een bromfiets of een motorfiets rekent men een periode van meer dan 30 jaar.
Speciale regelingen
In Nederland geldt belastingvrijstelling voor voertuigen die ouder zijn dan 25 jaar, doch deze regeling wordt in 2012 bevroren, zodat voertuigen met een ingebruikstelling vanaf 1987 niet meer voor belastingvrijstelling in aanmerking kunnen komen. De APK voor voertuigen ouder dan 30 jaar hoeft slechts eens in de 2 jaar plaats te vinden, de keuringsplicht van voertuigen met een ingebruikstelling voor 1960 is geheel vervallen.
Het Oldtimer kenteken, wie kent het niet!
Sinds 1988 zijn er mogelijkheden om achteraf een oldtimer kenteken te verkrijgen voor een personenauto, waarvan de datum eerste toelating voor september 1973 ligt (m.a.w. auto's die, als ze nieuw in Nederland verkocht zouden zijn, een kenteken uit side code 1 of 2 zouden krijgen).


Tevens is het sinds 2001 mogelijk om kentekens met side code 3 (letters tussen de cijfers) te krijgen voor ingevoerde personenauto's uit de bouwjaren 1973 t/m 1977. Hiervoor wordt de tot nu toe niet gebruikte beginletter Y (van Youngtimer) gebruikt.
Verwarrend is hierbij dat de combinatie YB voor personenauto's wordt gebruikt, terwijl in het systeem van side code 3 de tweede letter B voor bedrijfsauto's is gereserveerd. Personenauto's met een bouwjaar van 1978 of later en bedrijfsauto's met een bouwjaar van 1973 of later, die worden geïmporteerd, worden voorzien van een kenteken uit de lopende serie.


Wanneer blauwe platen?
In 1988 is men begonnen met de combinatie DE, waarna de combinaties DH, DL, DM, DR, AE, AH, AL, AM en AR tot nu toe zijn gebruikt voor personenauto's.

Als het voertuig een kenteken heeft met side code 1, 2 of 3 en als de datum eerste toelating voor 1 januari 1978 ligt, mag een blauwe kentekenplaat worden gevoerd. Een voertuig waarvan de datum eerste toelating na 1 januari 1978, doch voor september 1978 ligt, kan wel over een oldtimerkenteken beschikken, doch mag geen blauwe oldtimerplaat voeren.
RDW Tijdslijn
>> Click here to enlarge image
Links met meer NL kenteken informatie
RDW >> Voertuiggegevens online raadplegen
Wikipedia >> Het Kenteken
Bron kenteken informatie: RDW, Fehac en Wikipedia.
![]()

This website is always under construction, Check back again soon for Updates!!
Last Update: April 1, 2011